Rijke geschiedenis

Amsterdam is tegenwoordig de hoofdstad van het Koninkrijk der Nederlanden en is naar inwonertal de grootste van Nederland. Internationaal heeft Amsterdam de reputatie als de stad waar alles kan, maar daar is een lange geschiedenis aan vooraf gegaan.

Dam in de Amstel

De geschiedenis van Amsterdam begint in de dertiende eeuw als vissers beginnen met de aanleg van Dijken langs het de Zuiderzee en het IJ en een sluisdam in de rivier de Amstel. Vroege spellingswijzen van Amsterdam zijn dan ook Aemstelredam, Aemstelredamme, Amestelledamme, Amstelredam en Amsteldam. Op de plek waar nu het Damrak en het Rokin liggende vormden zich natuurlijk havens. In het begin van de veertiende eeuw kreeg Amsterdam stadrechten en in de twee eeuwen daarop volgend groeit de bevolking zo snel dat de stad drie keer met nieuwe grachten en burgwallen moet worden uitgebreid.

Amsterdam handelsstad en Gouden Eeuw

Vanwege de gunstige ligging aan het water timmert Amsterdam stevig aan de weg als stapel- en opslaghaven. Nadat Antwerpen door de Spanjaarden is veroverd en die haven door de Geuzen wordt geblokkeerd, ontwikkelt Amsterdam zich tot ’s werelds grootste zeehaven. Na oprichting van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in 1602 is de stad ook in het bezit van een vloot die de wereldzeeën domineert. Gecombineerd met de oprichting van de Beurs van Amsterdam en de Amsterdamse Wisschelbank ontpopt de stad zich tevens als het financiële centrum van Europa. Een periode van voorspoed, welvaart en rijkdom breekt aan.

Joodse achtergrond

Eens was Amsterdam een centrum van Joods leven. Dat vinden we nog terug in de naam Mokum. Veel Amsterdammers realiseren zich niet dat dit een Jiddisj woord is, dat Joden als koosnaam aan Amsterdam hebben gegeven omdat zij zich hier veilig en thuis voelden. Vanaf eind 16e eeuw vestigden de Joden zich in Amsterdam, nadat hun godsdienst vooral in Spanje en Portugal wordt verboden. Vooral in de buurten rond Waterlooplein, Nieuwe Herengracht en later Nieuwmarkt, de Plantage en Weesperplein woonden tot aan de Tweede Wereldoorlog veel Joden. Daarna raakte de buurt in verval en door vele nieuwbouwprojecten herinnert in het straatbeeld tegenwoordig nog weinig aan het specifieke joodse karakter van de oude buurt. Het Amsterdamse dialect kent daarentegen nog veel Jiddische en Hebreeuwse leenwoorden, zoals mazzel, bajes, smeris en achenebbisj: